Eigenschappen en gebreken

De volgende pagina’s geven een overzicht van de eigenschappen van de loofhoutsoorten van de Verenigde Staten. Sommige komen alleen voor bij specifieke soorten, andere zijn algemeen voor alle soorten. Deze kenmerken kunnen van nature voorkomen of het gevolg zijn van het droogproces. Zoals reeds besproken, zijn de kwaliteitsklassen gebaseerd op het percentage foutvrij hout, d.i. hout zonder gebreken in een gezaagd deel.

Voor de keuringsregels van de NHLA worden de volgende kenmerken in het foutvrije bestekhout toegelaten en dus niet als gebrek beschouwd.

 

Noot: Hoewel de keuringsregels van de NHLA deze kenmerken niet als gebrek beschouwen voor de standaardkwaliteiten, wordt acceptatie per houtsoort beoordeeld. Bijvoorbeeld, bij soorten zoals Amerikaans hard esdoorn en essen wordt de voorkeur gegeven aan een zo groot mogelijk aandeel spinthout en zo weinig mogelijk kernhout. Het tegengestelde komt ook voor bij soorten als Amerikaans kersen, eiken en noten. Een koper moet zich goed op de hoogte stellen van de eigenschappen en herkomsten van de diverse houtsoorten. Klimaat, bodem en groeiomstandigheden, zoals heuvels of dalen, spelen een belangrijke rol bij de groei van de boom. Zoals eerder aangegeven vormen de keuringsregels van de NHLA het kader voor de handel. Meer informatie over eigenschappen van individuele soorten is beschikbaar in andere technische publicaties van AHEC.

 
  • KERN(HOUT) EN SPINT(HOUT):

    Kernhout is het volwassen hout, vaak donkerder dan het spinthout en aanwezig vanaf het spint tot het midden van de stam. Spinthout is lichter gekleurd, vanaf de bast van de boom tot aan het kernhout.

  • WARRIGE DRAAD:

    Een plek met warrige draad zonder de aanwezigheid van een kwast.

  • GOMSTREPEN:

    Mineraalachtig gekleurde strepen die van nature alleen in Amerikaans kersen voorkomen.

  • MINERAAL STREPEN:

    Gekleurde strepen van olijfgroen tot zwartbruin, die het draadverloop volgen.

  • MINERAAL VLEKKEN:

    Willekeurige mineraalachtige plekken, vnl. in Amerikaans essen.

  • VLEKKEN VAN DE STAPELLATTEN:

    Deze verdwijnen met het schaven.

 

Volgens de keuringsregels van de NHLA zijn de volgende kenmerken niet toelaatbaar in foutvrij bestekhout. Ze worden daarom als gebreken beschouwd.

 
  • INGESLOTEN BAST:

    Een met bast gevulde oneffenheid in het draadverloop van het hout.

  • VOGELPIK:

    Kleine vlekjes in het draadverloop als gevolg van vogelpikken. Ze bevatten soms ingegroeide bast.

  • DROOGSCHEUREN:

    Langwerpige opening in het hout als gevolg van te snel of verkeerd drogen.

  • ROT:

    Schimmelaantasting. Verkleuring van spinthout duidt op het begin van rot.

  • NIET GEZONDE LOSSE KWAST:

    Een ronde plek met rot of leeg hart waar eens een tak of twijg heeft gezeten.

  • GEZONDE KWAST:

    Kwast zonder losse of rotte delen.

  • LENGTESCHEUR:

    Als gevolg van het droogproces. Dit treedt op tussen de groeiringen.

  • GRIJZE VERKLEURING BIJ STAPELLATTEN:

    Als gevolg van het stapelen en drogen.

  • WAN:

    De natuurlijke ronding van de stam met of zonder bast.

  • WORMGATEN:

    Gaten in het hout van 1,6 tot 6,4 mm.

  • MERG:

    Het kleine zachte hart van de stam.

  • GATEN DOOR LARVEN:

    Gaten groter van 6,4 mm.